Dagboek molenaar Jan Spreeuw
8 juli 2026
Graanmolen “De Bijenkorf” heeft niet altijd in Gemert gestaan. Van 1694 tot 1907 stond deze in Zaandijk als “De Veenboer” en werd gebruikt als papiermolen en later pelmolen.
We kregen recentelijk bijzonder mooie historische informatie van Mieke Santema-Romeijn uit Heerhugowaard, en wel over haar over-grootvader Jan Spreeuw, die een dagboek bijhield, o.a. over zijn tijd op “De Veenboer”.
Jan Spreeuw (16-7-1875 – 29-1-1955) ging op 16-jarige leeftijd bij Gortpelmolen “De Veenboer” werken, toen eigendom van P.A. Dekker te Koog a/d Zaan. Hij kreeg gedurende 4 jaar een all-round opleiding van meesterknecht P. Schippers, die hem ook stimuleerde tot lezen.
Voor een betrekkelijk laag loon moest Jan hard werken op “De Veenboer”, vaak 18 uur per etmaal. Wel kreeg hij iedere week prima gort en parelmeel mee.
Hieronder een fragment uit zijn dagboek, over zijn tijd op “De Veenboer”:
Van alles maakte ik er mede ‘tgeen mij later zeer ter stade kwam. Lang en hard werken, afgewisseld door humaan gestelde rusttijden. Gortpellen met een windmolen, ‘tgeen door de grilligheid van de niet-constante factor wind, bijzondere en serieuze aandacht van den Peller vraagt. Drie ruwe winters maakte ik er mee, louterend voor later arbeids-en gezinsleven. De laatste winter nl., die van 1894/95 deed de deur dicht met temperaturen van 28° min Fahrenheit, een felle brand n.l. die van de pelmolen “Het Geuzenwijf” en de papiermolen “Het Fortuin” deed ook bijna “De Veenboer” waarik werkte vlam vatten. Met inspanning van alle knechten, terwijl wij onze kleeren, ten gevolge van het spuiten op onze wild vonken-malende molen, door hun bevrorenheid niet uit konden krijgen, wisten wij de molen, waarin voor meer dan fl. 100.000,- ongefactureerde goederen lag, te behouden. Nimmer zal ik deze fantastische nacht vergeten, nooit was ik kouder dan in dien nacht en toen ik om ‘smorgen 3 uur tusschen twee mijner neven het bed instapte, kunnen de lezer dezes regelen wel snappen, wie mij verwenschten. ‘tWas een enorme brand welk op meer dan 30 K.M. afstand was gezien zoodat zondags erop duizenden schaatsenrijders de “Veenboer” in zijn ijsgewaad kwamen bezichtigen. Inmiddels was het kaal geworden langs het Guispad, nu weer twee der windreuzen slachtoffer van vuur en wind geworden waren, om nimmer meer opgebouwd te worden